heel gewoon
Gewone groenten worden ook bijzonder door ze extra jong, als ‘primeurgroenten’ te oogsten. Venkel, bieten, knolselder van amper 5cm diameter smaken heerlijk en vragen minder geduld en minder van je grond.
-
knolvenkel Zaaien kan vanaf april en de planten moet je dunnen op 15 tot 20 cm in de rij. Om een mooie gezwollen wortelbasis te krijgen moet er voldoende vocht in de grond zitten. Verwacht maar niet hetzelfde resultaat als in de winkel maar oogst 7 tot 10 cm kleinere en veel verfijndere mini venkels.
-
knolselder is een beetje hetzelfde verhaal. Mik niet op die zware dikke halfondergrondse knollen maar op vroege en wat meer verfijnde sinaasappelgrote oogst. Overigens zijn ook de bladeren gewoon bruikbaar
-
rode bietjes Egyptische platronde is een selectie met groen-roodgeaderde bladeren (ook eetbaar) die opvallend bruikbaar zijn bijvoorbeeld naast frisgroene sla of wortelloof. Zaaien vanaf april.
-
'platte witte mei'-raapjes Een traditioneel voorjaarsgewas dat bijna verdwenen is; beslist de moeite om dan zelf maar te kweken. Eén van de eerste om in het vroege voorjaar (half februari) ter plaatse te zaaien. Dunnen op 20 cm, het dunsel kun je eten als raapsteeltjes, en in mei oogst je de jonge witte platte knolletjes om rauw of gekookt te gebruiken.
-
raapsteeltjes Eigenlijk hetzelfde als voorgaande, maar toch een beetje anders; zaaien vanaf maart en je oogst na enkele weken de jonge groene blaadjes om rauw of even gekookt te gebruiken als een van de eerste voorjaarsgroenten.
-
witloof Onze nationale trots. Eerst kweek je de wortels door midden april te zaaien op lichte onbemeste grond. Kweek de planten op 30 cm uit elkaar. Rooi de wortels vlak voor de winter en forceer ze donker en warm (in de kelder of buiten onder beschutting/ verwarming) tot de gekende witte gesloten kroppen.