erwten / peultjes of sluimererwten

Erwten kun je vroeg zaaien, vanaf maart. Eventueel eerst een nacht weken in regenwater en dan op 3 cm van elkaar in ondiepe geultjes uitleggen. Lage rassen hebben geen steun nodig, de hoge kun je best met kippengaas of takken van voldoende steunhulp voorzien.
Peultjes of sluimer-erwten worden onvolgroeid, met de peulen nog plat en de zaden nauwelijks merkbaar, geoogst.
  • lage peultjes 'dwarf sweet green' Niemand wil graag de eerste fijne sluimererwtjes missen; deze groeien in compacte struikjes tot een halve meter hoog, vroeg en extra fijn.

  • halfhoge peultjes 'dwarf grey sugar' 90 cm hoog en sierlijke paarse bloei.

  • reuzesluimer-erwten 'carouby de maussane' Voor wie een hekel heeft aan urenlang peultjes plukken. Anderhalve meter hoge, paarsbloeiende sluimererwten tot 15 cm lang en 2 cm breed. Uitstekend van smaak. Zaaien maart-april.

  • hoge suikererwten 'sugar snap' Groeien dik uit met sappige wanden en dikke doperwten binnenin. Alles is zoet en eetbaar, alsof je peulerwten en doperwten tegelijk oogst. Teelt net als doperwten, maar iets later zaaien en oogsten midden in de zomer. Zeer geschikt om rauw te eten, extra zoet. 150 cm hoog, steunen dus.

  • lage suikererwten 'sugar bon' Net als de vorige maar dan in een lage variëteit, telen zonder (of met een beetje) steun.

  • boterpeultjes 'golden sweet' Deze zomerse variant van de sluimer-erwten komt uit India. Tot anderhalve meter hoog, zaaien in mei en frisgele peultjes als oogst.