andere bonen

Botanisch een beetje 'andere' bonen, enkel voor de avontuurlijke tuinders.
  • wilgenblad-boontjes Oud ras geintroduceerd in 1891, met decoratieve donkergroene, diep ingesneden elegante bladeren. Klimmende groeiwijze tot 2m hoog en fijne geel-witte bloei, gevolgd door platte stompe peulen gevuld met witte platte bonen. Extra-vroeg, de beste lima-klimboon geschikt voor ons klimaat. Warme, zonnige plaats, zaaien in mei, eventueel voorzaaien eind april onder glas).

  • dolicos lablab is nog zo'n rariteit. Sterke klimmende groeiwijze, opvallende brede peulen en schitterende bloemen, in dieppaars. Groeit enkel op de warmste plek in de tuin en rijpt vrij laat in oktober, maar wat een bloei en kleur! Eetbare peulen, zaden en wortels.

  • lupini lupinus albus/eetbare lupine. Een eetbare selectie van lupinus albus. Stevige planten met witte bloemen en dikke peulen en bonen. Verse dopbonen eerst grondig spoelen, een uurtje weken in zout water en vervolgens in water met zout koken. Gedroogde bonen eerst een nacht in zout water weken.Teelt; eerst een nacht weken in water en vervolgens ter plaatse zaaien in mei, op 30 cm uit elkaar. 12 zaden.

  • sieva lage struiklimaboon (phaseolus lunatus). Zaaien in juni op een warme standplaats. Voor gebruik als jonge dopboon.

  • asperge-bonen of yard-long beans Een mengsel in groene, knalrode en gevlekte peulen. Groeikrachtige planten met ranken tot 3m hoog, beladen met indrukwekkend lange bonen tot een halve meter. Iets vroeger oogsten (30 -35 cm lang en potlood dik) voor een extra lange en fijne prinsessenboon. Onder glas of warme beschutte standplaats.